GESCHIEDENIS

Het zevende lustrum, ofwel 35 jaar bestaansrecht... Hoe heeft het zover kunnen komen? Hier volgt een overzicht van de geschiedenis van de universiteit, de studie en de vereniging. Hierbij is gebruik gemaakt van voorgaande (lustrum)almanakken en verschillende interviews eerder gehouden met prof. Hans Lyklema.

De Universiteit


Het ontstaan van landbouwonderwijs stamt al uit 1863. In dat jaar besloot de Tweede Kamer een rijkslandbouwhogeschool te starten. Hiermee werd het landbouwonderwijs dat tot dan toe bekend was (in Groningen tussen 1842 en 1871 aan de Landhuishoudkundige School, en in Warffum als afdeling van de HBS) samengevoegd. Een van de eerste hoogleraren was Jan Kops, als professor in de moderne landbouwtechnieken (vandaar het Jan Kopshuis). De redenering om Wageningen te kiezen als plaats van deze nieuwe rijkshogeschool was vierledig: ten eerste waren/zijn in de omgeving van Wageningen verschillende grondsoorten en bijbehorende landbouwmethoden te vinden en dus te bestuderen. Ten tweede ligt Wageningen centraal, zodat studenten op zondag naar huis zouden kunnen gaan. Bovendien ligt Wageningen in de nabijheid van een spoorlijn, zodat leraren samen met hun studenten eenvoudig andere landbouwgebieden konden opzoeken en bestuderen. De laatste reden is toch wel het meest opvallend: Wageningen was niet zo groot, zodat de studenten niet verlokt konden worden door stadsbegeerten en stadse neigingen. De boerenjeugd was onbedorven en dit zou zo moeten blijven. Zou dat de reden zijn dat Wageningen nog steeds als studentenstad niet te vergelijken is met de andere universiteitssteden? En de reden dat de Wageningse studenten zich nog steeds associëren met boeren? Vanaf 1876 startte de Rijkslandbouwschool (R.L.S.) Dat jaar telde dertig leerlingen, die onderwijs volgden aan het Bassecour (aan de Herenstraat, tegenwoordig het oude hoofdgebouw aan het Salvadaplein). In de loop der jaren werd een propedeutisch examen ingevoerd en werd de naam veranderd in Rijks Hogere Land-, Tuin-, en Boschbouwschool (R.H.L.T.B.S.) Nadat in 1907 het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel was opgericht, duurde het nog 11 jaar totdat op 9 maart 1918 de Landbouw Hogeschool (LH) werd opgericht. Tot 1986 heeft ze deze naam mogen dragen, totdat zij werd omgedoopt tot Landbouw Universiteit (LU) Vanaf de jaren negentig kreeg de universiteit te maken met dalende studentenaantallen. Het plaatje ‘landbouw’ kreeg een steeds negatievere lading. Mede daardoor heeft zes jaar geleden (in 1999) de laatste naamswijziging plaatsgevonden, naar het nu bekende Wageningen Universiteit, onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Inmidddels is Wageningen Universiteit uitgegroeid tot een veel bredere universiteit, met onderzoeksgebieden die niet meer primair op landbouw gericht zijn. Ondanks dat is de landbouw of agrarische achtergrond nog steeds aanwezig.

De Studie


In 1967 was prof. dr. Den Hartog (oud-hoogleraar in de organische chemie) op bezoek bij zijn collega prof. dr. Clark, hoogleraar organische chemie aan Warwick University, Engeland. Clark had wat theorieen over een nieuw soort vakgebied waarin de chemie gekoppeld werd aan de fysica en de biologie. Dit vakgebied noemde hij de ‘School of Molecular Sciences’. De koppeling tussen de chemie en fysica/biologie was op dat moment niet vanzelfsprekend: waar chemici in structuurformules geloven, benaderen fysici moleculen op een meer exacte, wiskundige manier via verschillende modellen. Waar fysici (en chemici) in modelsystemen en sterk vereenvoudigde systemen werken, zijn biologen meer bezig met ‘echte levende stof’. Volgens biologen zijn de vereenvoudigde modellen niet toegestaan omdat ze het systeem niet goed genoeg beschrijven: teveel details worden weggelaten, en het is onmogelijk te achterhalen wat dit met de echte systemen doet. Clark en Den Hartog waren het erover eens dat het combineren van deze drie gebieden nieuwe inzichten en mogelijkheden zou kunnen bieden. De term ‘Molecular Sciences’ beschreef volgens hen dan ook een gebied waarin de chemie centraal staat, maar waar het in grote mate gecombineerd wordt met natuurkunde en biologie. In Warwick University was het al gelukt om de chemie met fysica en wiskunde te combineren. Helaas hadden de leden van de Royal Society als advies gegeven dat de biologie niet met deze twee gecombineerd kon worden. En dat nota bene in Engeland, waar door de samenwerking tussen de bioloog Watson en fysicus Crick de structuur van desoxyribosenucleinezuren (DNA) was ontrafelt... Zou het mogelijk kunnen zijn dat het in Wageningen wel zou lukken de biologie op te nemen in de ‘Molecular Sciences’? Het idee voor een studie Moleculaire Wetenschappen, inclusief biologie, in Wageningen was geboren. Terug in Wageningen werd op 29 mei 1967 een bijeenkomst gehouden tussen Den Hartog en de chemici prof. Lyklema, prof. Van der Plas en prof. Veeger, en onder het genot van een kopje koffie werd het idee voor een studie Moleculaire Wetenschappen besproken. Naar aanleiding van dit gesprek werd contact gezocht met de vakgroepen natuurkunde, erfelijkheidsleer, microbiologie, plantenfysiologie en fysiologie van dieren. Ook van deze kant kwam een positieve reactie. Tijdens de senaatsvergadering (vergadering van alle hoogleraren aan de toen nog hogeschool) in december 1967 werd een voorstel ingediend voor de oprichting van een nieuwe studie. Diezelfde avond werd het voorstel aanvaard. Een senaatscommissie, onder leiding van prof. Hellinga met als secretaris Lyklema, heeft het voorstel uitgewerkt en er zoveel mogelijk vakgroepen bij betrokken. De commissie ‘Moleculaire Wetenschap’, onder leiding van Den Hartog, en Veeger als secretaris heeft vervolgens het studieprogramma verder uitgewerkt. Het definitieve sentaatsbesluit viel twee jaar later, in december 1969. Vervolgens ging het bestuur van de LH akkoord voor de oprichting van een nieuwe studie Moleculaire Wetenschappen en op 8 juli 1970 ging ook minister Lardinois van Landbouw akkoord. De studie Moleculaire Wetenschappen was geboren en ging van start in het collegejaar 1970-1971, met negen nieuwe studenten. Datzelfde collegejaar startte ook de nieuwe studie biologie... De studie groeide de eerste jaren gestaag, en vanaf 1975 waren er zo’n 35 tot 37 studenten per jaar. Na 1982 groeide dit snel met als hoogtepunt negentig (!) eerstejaars in het jaar 1990. Nadat in 1992 de studierichting Bioprocestechnologie zich afsplitste, zijn deze aantallen weer teruggelopen tot zo’n twintig tot dertig eerstejaars per jaar. Het onderwijs is de afgelopen jaren natuurlijk veranderd en met zijn tijd meegegaan. In de beginjaren van de studie waren er slechts twee afstudeerrichtingen: een chemische en een chemisch-biologische richting. Al snel werd dit uitgebreid met een chemisch-fysische afstudeerrichting. In 1980 volgde een vierde afstudeerrichting: die van de biotechnologie. Daarnaast was er ook nog een vrije orientatierichting mogelijk. Het afstuderen bestond toen uit een doctoraalfase van 21 maanden aan afstudeervakken en stages. Door verschillende bezuinigingen door de jaren heen heeft Wageningen Universiteit afscheid genomen van een aantal leerstoelgroepen. Een van de laatste bezuinigingen, in 1998, had betrekking op een aantal leerstoelgroepen die voor Moleculaire Wetenschappen van belang waren: Bio-anorganische chemie en Moleculaire genetica zijn verdwenen en de leerstoelgroepen Fysisch-organische chemie en Bio-organische chemie moesten fuseren. Gelukkig zijn de plannen om Moleculaire Fysica op te heffen van tafel geveegd. Deze leerstoelgroep is doorgestart als de leerstoelgroep Biofysica. De afstudeerrichting biotechnologie is sinds 1992 een aparte, volwassen studierichting en daarnaast is de vrije orientatierichting verdwenen. De huidige specialisaties zijn: chemisch-fysisch, chemisch-biologisch en een biologisch-fysische richting. Tot slot is er ook een specialiatie Medical Research, die ook na een BSc Biotechnologie te volgen is. Het afstuderen bestaat tegenwoordig uit minstens 66 ECTS, ofwel 43 studiepunten, ofwel 11 maanden. Vergeleken met de beginjaren dus een reductie van maar liefst 10 maanden aan afstudeervakken/stages. Gelukkig bestaat nog steeds de ruimte om deze 11 maanden uit te breiden met een extra afstudeervak. Wat niet zo veel is veranderd, is de plaats waar studenten Moleculaire Wetenschappen terecht komen na de studie: nog steeds gaat zo ’n tachtig procent het onderzoek in, meestal als AIO.

De Vereniging


Bij elke studie hoort een studievereniging. De geschiedenis van onze studievereniging heeft een aantal hoogte- en dieptepunten. Tegenwoordig is M.S.V. Alchimica een goed lopende, actieve studievereniging. Dit is niet altijd het geval geweest. Vlak na oprichting van de studie Moleculaire Wetenschappen ontstond de Moleculaire Studievereniging Luukelom. (Voor mensen die zich af vragen waar deze naam vandaan komt: lees de naam eens achterstevoren ;-)) Het belangrijkste waar de studievereniging zich mee bezig hield was de richtingsgroep: een groep studenten die zich bezig hield met het onderwijs. Zij fungeerde als achterban voor de ROC. De richtingsgroep gaf ook het periodieke blaadje uit: de ‘Apolaire Binding’. Later werd de uitgave van het periodiek overgenomen door een eigen redactie en werden er namens M.S.V. Luukelom ook excursies en lezingen georganiseerd. Ook was er een jaarlijks richtingsweekend. Door de jaren heen werd de vereniging steeds meer een gezelligheidsvereniging. Afhankelijk van het bestuur van dat jaar werden de activiteiten al dan niet goed bezocht. In 1992 werd een doorstart gemaakt van de vereniging, die na het lustrum in 1990 een beetje was doodgebloed. Er werd een nieuwe naam bedacht: M.S.V. Geen Flauwekuul. Er werd voor deze naam gekozen om te laten zien dat de vereniging wat minder serieus te werk zou gaan: humor en ludieke activiteiten zouden de boventoon gaan voeren, en vooral gezelligheid moest zorgen dat de vereniging weer actief werd. De naam van de Apolaire Binding veranderde in het Ridikuultje, afgekort het Kuultje. De vereniging werd actiever, niet alleen binnen Wageningen, maar ook daarbuiten. Het zogenaamde richtingsweekend (of T33/T34 weekend, nu samen met biiotechnologen) werd weer volop bezocht. Toch werd na een aantal jaar de drang naar een nieuwe, professionelere naam steeds sterker: met name op het gebied van sponsoring had deze naam de vereniging niet veel te bieden. Zij werd vaak verkeerd gespeld of geinterpreteerd. Begin 1998 werd tijdens een ALV een nieuwe naam aangenomen: M.S.V. Alchimica. Met deze nieuwe naam en bijbehorend nieuw logo kreeg de studievereniging een nieuwe impuls. De naam van het Kuultje werd veranderd in de Periodica Alchimica. Met nog een kleine dip begin 2000 is M.S.V. Alchimica inmiddels weer een goed lopende, actieve vereniging. In de loop der jaren is er dus veel veranderd. Net als de naam van het verenigingsblad zijn er ook verschillende namen/ benamingen geweest voor de studenten Moleculaire Wetenschappen. In het begin waren het Kulen (eerstejaars werden Kuultjes genoemd), het smoelenboek heette smoelenkulair. Daarna volgde de naam T33ers voor de studenten, naar de studienaam T33. Tegenwoordig hebben we het over het smoelenkuultje voor het smoelenboek en worden de studenten moleculairen genoemd. Moleculairen zijn een typisch soort mensen: wanneer de term moleculaire humor valt, weet iedereen wat er bedoeld wordt...

Hoe nu verder?


Zoals bovenstaand verhaal al schetst heeft de studie Moleculaire Wetenschappen en haar vereniging al een rijk verleden achter zich. Wat zal de toekomst ons brengen? Jarenlang is Moleculaire Wetenschappen de enige in haar soort geweest, een unieke opleiding in Nederland. De afgelopen twee à drie jaar zijn soortgelijke studies opgericht aan andere universiteiten. Een greep uit het huidige aanbod, in een willekeurige volgorde: Moleculaire Levenswetenschappen aan de Radboud Universiteit (voorheen KUN) en de Universiteit Maastricht; Life Science and Technology, als samenwerking tussen de TUDelft en Universiteit Leiden; Sustainable Molecular Science & Technology aan de TUDelft; Life Science & Technology aan Rijksuniversiteit Groningen. Hieruit blijkt dat het gebied van de Moleculaire Wetenschappen steeds aantrekkelijker wordt. Naast deze wildgroei aan soortgelijke studies klinkt vanuit de (landelijke) politiek de roep dat wanneer een studie te weinig studenten trekt, zij maar opgeheven dient te worden. Hierbij wordt vaak verwezen naar bètastudies. Verschillende studies in verschillende steden zouden beter samengevoegd kunnen worden... Zo zouden 3 scheikundestudies in Nederland meer dan voldoende zijn. Wat is de definitie van te weinig studenten? En indien dit Moleculaire Wetenschappen zou betrekken: is het nodig danwel aantrekkelijk om van Moleculaire Wetenschappen een massastudie te maken? Het unieke van Moleculaire Wetenschappen is de combinatie van verschillende disciplines. Ook vanuit het bedrijfsleven is hier vraag naar. Deze discussie wortd ook gevoerd door het overlegorgaan tussen alle scheikunde studieverenigingen (het SOCTeC, onderdeel van de KNCV) van Nederland. Zijn al deze scheikundestudies uniek of zouden ze samengevoegd kunnen worden? En daarnaast: is Moleculaire Wetenschappen nog wel een scheikundestudie, zoals in het begin, of is zij te ver doorgegroeid richting de biologie? Scheikunde is nog steeds het belangrijkste onderdeel in deze studie en ze mag dus als full-time scheikundestudie gezien worden. Wat betreft samenvoeging met andere soortgelijke studies: Moleculaire wetenschappen heeft zich inmiddels al 35 jaar bewezen, dat kunnen deze nieuwe jonge studies niet zeggen!


Al met al zal het wel goedkomen met onze studie. Met zo’n twintig eerstejaars per jaar, een goed lopende vereniging en een goede achtergrond zal de studie zich er ook de komende vijf jaar wel weer door heen slaan. Op naar het achtste lustrum!


Door: Bregje de Kort, Voorzitter M.S.V. Alchimica, Bestuur 2004